interviews
Hieronder vind je enkele interviews met Tom Bouden terug.
Meer teksten over het werk van Tom vind je op zijn ondertussen stopgezette blog.
juni 2007
De mensen van het online stripinformatiemagazine www.stripspeciaalzaak.be plaatsten
het volgende interview;
We geven het toe: erg veel boeken hebben we in ons leven niet gelezen. Of het
kwam door een verplichte leeslijst op school of ze gaven ons als student vertier
op de trein bij gebrek aan een budget voor nieuwe strips of we prefereerden de
film- of televisiereeks. Maar dat ene boek van Jules Verne, dat we in onze jonge
jongensjaren lazen, konden we ettelijke jaren nadien nog hervertellen. De
stripversie in de collectie Classix bewees dat we het niet allemaal goed hadden
onthouden. Een interview van 80 (-58) vragen met verstripper Tom Bouden over
de wereldklassieker Reis om de Wereld in 80 Dagen.
Eerst en vooral: is het nu eigenlijk Jules Verne of Vernes? Zelfs in het album
staan allebei de spellingswijzes.
Het is Verne. Voor de schrijfwijzes in het album zijn de mensen bij Standaard
verantwoordelijk, vrees ik.
Heb je bepaalde personages gemodelleerd naar bestaande personen? Hoe vlot
kwamen Phileas Fogg en Passepartout uit je pen gerold?
Het was eventjes zoeken. Toch in ieder geval wat Fogg betreft. Volgens mijn moeder
heb ik Fogg gemodelleerd naar mezelf, maar dat is natuurlijk klinkklare onzin. Eventuele
gelijkenissen zijn natuurlijk puur toeval. Ik herinner me dat ik vooral moeite had met het
vinden van een juist kapsel voor Fogg. Passepartout stond er vrij vlug. Bij het
ontwerpen van die figuur zat ik met de filmversies in mijn hoofd. In de twee films die ik
ken, zijn de acteurs die de rol van Passepartout spelen van het gelijkaardig type, en
blijkbaar waren die van invloed op het beeld dat ik van Passepartout had.
Heb je vooral rekening gehouden met het boek of vond je voor de rest nog
inspiratie in de film- en tekenfilmversies
Ik heb me natuurlijk gebaseerd op het boek. Maar omdat alle andere bewerkingen een
luchtballon toevoegen aan de rits voertuigen die Fogg tijdens zijn queeste gebruikt,
vond ik dat ik dat ook moest doen. De lezers zouden het niet appreciëren indien ik dat
niet deed. In het collectieve geheugen hoort dat gewoon bij het verhaal, ook al zit er
geen enkele luchtballon in het boek.
Ik heb de filmversie met David Niven bekeken, en de miniserie met Pierce Brosnan,
maar ik heb er inhoudelijk niets van overgenomen. Of het zou de sfeer moeten zijn en
hier en daar een paar kleine details qua kledij.
De recentste filmversie heb ik bekeken toen ik al bijna klaar was met het tekenen van
dit verhaal, maar dat was weggesmeten geld. Iedere student scenarioschrijven zou
deze film moeten zien als een schoolvoorbeeld van hoe je een prima verhaal kan
verkrachten.
De tekenfilmversies ken ik niet (meer).
Nog steeds spreekt het boek tot de verbeelding. Michael Palin maakte in 1988 de
reisreportage Around the World in 80 Days, in 2004 herkenden we Jackie Chan
als Passepartout in een parodie en momenteel loopt op Canvas de
documentairereeks Around the World in 80 Treasures... Zeg het ons eens: wat is
de kracht of de chemie van het verhaal?
Simpel, het is de vader — of de nonkel — van het moderne avonturenverhaal. Kuifje,
Indiana Jones, zelfs James Bond hebben allemaal wel iets te danken aan Phileas Fogg.
De opeenvolging van actie en avontuur, de exotische locaties, de romantiek,... Dit
verhaal heeft het allemaal.
Sommigen beweren dat het geen kunstje is om een bestaand verhaal te
adapteren. Maar de kunst is vooral te schrappen om het binnen de 48
strippagina's te krijgen. Hoe makkelijk of moeilijk gaat jou dat af?
Ik zou liegen indien ik je zou zeggen dat ik dat moeilijk vind. Integendeel, persoonlijk
vind ik bewerkingen maken vreselijk gemakkelijk. En zeker in dit geval. Maar ik heb dan
ook een vrij kort verhaal genomen waar niet echt veel geschrapt moest worden.
Ondertussen ben ik ook bezig met een stripversie van de 18de-eeuwse roman Tom
Jones (niet de zanger, maar de klassieker uit 1749 van Henry Fielding, ds), en dat
beest is 700 pagina's lang, dus daar is het effectief een oefening in weglaten en
samenvatten. Maar zelfs dat gaat vlot. Ik lees een te bewerken boek ook maar één
keer. Eerst ga ik op zoek naar een goede synopsis en daarna haal ik er tijdens het
lezen van het boek automatisch de belangrijke passages uit en op die stukken baseer ik
dan mijn scenario. Dit was natuurlijk niet mijn eerste bewerking en hoe vaker je iets
doet, hoe beter je de truukjes van de foor leert kennen.
En omgekeerd dan: hoeveel keer heb je de neiging moeten bedwingen om iets te
herschrijven of een scène compleet anders aan te pakken?
Er zit een scène in het boek waar de wegen van Fogg en Passepartout zich splitsen.
Dat was de enige scène waar ik heb gezocht hoe ik het anders kon aanpakken omdat
het boek op dat moment ietwat verwarrend is en volgens mij zelfs niet helemaal klopt.
Normaal gezien heb ik de gewoonte een bewerking nogal naar mijn hand te zetten (zie
bijvoorbeeld Het Mysterie van de Gouden Cockring, het ietwat amateuristisch
getekende Quasimodo of De Memoires van Madame de Cœur-Brisé en zeker Tom
Jones), maar bij Reis om de Wereld in 80 Dagen kwam dat niet eens bij me op.
Sommige verhalen zijn goed zoals ze zijn. Bij een concept als Classix mag je volgens
mij ook niet te veel afwijken van het origineel.
Mocht je het basisverhaal zelf bedacht hebben, zou het dan ongeveer gelijkaardig
hebben verlopen? Zou je misschien een romance hebben voorzien tussen Fogg
en Passepartout?
Dat is een moeilijke vraag. Ik kan moeilijk weten of ik ooit op het idee zou kunnen
komen om een gelijkaardig verhaal te maken, indien Verne dat al niet eerder had
gedaan. Maar laten we eens uitgaan van de onwaarschijnlijke hypothese dat ik Reis om
de Wereld heb verzonnen, dan zou de route wellicht wel ongeveer hetzelfde zijn. Maar
ik betwijfel of er veel prinsessen gered zouden worden. En wellicht zou ik het idee als
een serie opbouwen waarbij iedere halte een nieuw album is. Want er zijn natuurlijk
massa's dingen te beleven onderweg. Nu zitten de personages vaak acht dagen na
elkaar op de trein of boot zonder dat er iets gebeurt, wat weliswaar realistisch is want
het afleggen van grote afstanden is saai, maar boeiende lectuur levert dat niet op.
Een romance tussen Fogg en Passepartout zou ik absoluut niet voorzien hebben.
Relaties tussen meester en personeel waren absoluut not done in die tijd. Nu ja, ik heb
juist een roman van één van de League of Gentlemen-acteurs/auteurs (de hilarische
BBC-televisiereeks waarin een drietal acteurs praktisch alle rollen van een dorp vol
geschifte inwoners voor hun rekening nemen, ds) gelezen waarin hoofdpersonage
Lucifer Box onder meer in bed duikt met zijn mannelijke bediende. Wat leuk was, maar
daar bleef het bij. Een liefdesrelatie tussen verschillende klassen was rond de
eeuwwisseling immers ondenkbaar. En los daarvan spreken we hier van een strip voor
een zo groot mogelijk publiek. Laat de mannelijke hoofdpersonages dus maar verliefd
worden op de prinses. Ook al zou die er in mijn versie niet inzitten.
Prinses Aouda is dus geen interessant karakter, eerder een last?
Echt veel karakter heeft ze in ieder geval niet. Ze dient enkel ter redding en ter happy
end en verder heeft ze geen enkele functie in het verhaal. Ze valt tenminste nergens
flauw, dat is al heel wat voor een vrouwelijk personage uit die tijd.
Je beweert dat je de grappen van Verne hebt gebruikt, maar staan er toch niet een
paar 'Boudisms' in?
Ik zou niet weten waar. Er is mij gevraagd om een zo getrouw mogelijke versie van het
boek te maken voor een jong publiek, en dat heb ik dan ook plichtsbewust gedaan. Dit
is dus de eerste keer dat ik een romanbewerking heb gemaakt zonder er inhoudelijk iets
van mezelf aan toe te voegen. De dialogen komen bijna letterlijk uit de pen van Jules
Verne.
Jules Verne inspireert alleszins nog steeds stripmakers, van Hergé tot Alan
Moore. Heb jij de ultieme, Vlaamse verstripping gemaakt?
Volgens mij heb ik de enige Vlaamse verstripping gemaakt. Hij zal dus voorlopig vrij
ultiem zijn, ja, maar dat is niet echt mijn verdienste. Misschien dat er over tien of twintig
jaar nog eens een versie verschijnt. En dan kunnen we vergelijken. Ik heb een aantal
buitenlandse stripversies liggen, gaande van brol tot heel mooi getekend, en als ik mijn
versie daarmee vergelijk, voel ik geen schaamte. Qua scenario is mijn versie zeker de
beste stripversie, en dat is al heel wat.
Onze bespreker is niet wild van je tekenstijl. Is het echt een karwei zoals je elders
aangaf?
Ik ben er zelf ook niet wild van. Zoals je wel weet, was het niet mijn bedoeling om dit
zelf te tekenen. Maar de toenmalige uitgeefster had daar andere ideeën over.
Ik moet toegeven dat ik zelf enorm twijfel over de vormelijke kwaliteiten van dit album,
ook al heb ik massa's positieve reacties gekregen van collega's, iets wat anders nooit
gebeurt. Pas op, ik ben zeer tevreden over een aantal pagina's, maar er zitten in dit
album een drietal prentjes die ik achteraf bekeken vreselijk slecht vind, en die verpesten
het geheel een beetje voor mij. Als ik met andere tekenaars werk, zitten daar ook altijd
mindere dingen bij, maar dat stoort me dan veel minder.
Er is wél nagedacht over de tekenstijl. Ik refereer in de vorm bewust aan strips als Blake
en Mortimer, omdat ik vind dat die oude Hergé-Jacobs-achtige strips een sterk Jules
Verne-gevoel hebben. En ik heb de inkter de opdracht gegeven om met veel arceringen
te werken, zodat er een sterke gelijkenis is met de illustraties uit de Victoriaanse tijd.
Het was absoluut niet mijn bedoeling hier een moderne, grafisch vooruitstrevende strip
van te maken, maar wel een degelijk, klassiek aanvoelende avonturenstrip.
Onze bespreker vergelijkt je op grafisch gebied wel met Pom, zelfs met
Vandersteen. Wat vind je daarvan?
Tja, iemand met een slecht karakter zou dat een belediging kunnen vinden, maar laat ik
dat nu maar niet doen. Ik ben opgegroeid met de strips van Pom en Vandersteen. En
ook Merho en Jef Nys, en dat zijn toch allemaal tekenaars die een min of meer
gelijkaardige stijl gebruiken. De Vlaamse Klare Lijn noem ik dat. Via een hele hoop
omwegen ben ik ondertussen tot een gelijkaardige stijl gekomen. Niet de meest
vernieuwende en hippe stijl, en een prijs ga ik er ook nooit voor krijgen. Maar het is wel
een stijl die het goed doet bij de gemiddelde striplezer, en waar ik mezelf goed bij voel.
Af en toe heb ik gepoogd om eens iets anders te proberen qua tekenstijl, maar altijd
kwam ik vrij vlug terug uit bij mijn gebruikelijke stijl.
Je decors zien er knap en gedetailleerd uit. Daar is wellicht veel tijd en werk in
gekropen.
Minder dan je zou denken. Met de juiste documentatie is zelfs het meest ingewikkelde
decor vrij gemakkelijk te tekenen. Het duurt gewoon wat langer, meer niet.
De Spaanse tekenfilmreeks Around the World with Willy Fogg uit 1993 met dieren
in de hoofdrol had een zodanig succes dat er een vervolgreeks op kwam die de
Verne-verhalen Reis naar het Centrum van de Wereld en 20.000 Mijlen onder de
Zee combineerde, maar wel opnieuw met Fogg in de hoofdrol die een nieuwe
weddenschap aanging. Wil jij nog wat doen met de personages of blijft het bij dit
one-shot?
Ik had plannen om nog iets te doen met de personages, ja. Ik zag een reeks voor me
waarin bestaande en fictieve Victoriaanse personages vermengd werden. En lange tijd
leek Standaard geïnteresseerd, maar ondertussen weet ik dat die interesse er niet meer
is. Maar misschien kan ik die ideeën ooit nog gebruiken, wie weet.
Je werkt ook mee aan F.C. De Kampioenen. Je hebt wel niet graag dat we je een
assistent noemen. Hoe groot is je bijdrage daar? Werk je ook mee aan de
scenario's?
Ik heb helemaal geen probleem met de benaming assistent, hoor. Ooit heb ik je eens
verteld dat ik strikt genomen, volgens de vermelding op de titelpagina "medewerker"
ben, wat klinkt alsof je iets meer te zeggen hebt over het resultaat dan een slaafse
assistent. Maar in de praktijk is dat natuurlijk allemaal hetzelfde. Mijn rol bij de
Kampioenen is vrij simpel: ik werk de tekeningen van Hec Leemans af. Meestal heeft
hij zelf al een deel van de personages geïnkt. Ik werk de decors en eventuele
nevenpersonages verder uit, en inkt alles. En dan moet ik nog zorgen voor een correcte
plaatsing van de teksten.
Ik weet dat er heel wat mensen zijn die denken dat ik alles teken, maar dat is een beetje
de fout van die paar tekenaars die hun strips door iemand anders laten tekenen, waarbij
ze dan "met medewerking van" in plaats van "getekend door" vermelden.
Inhoudelijk beperkt mijn bijdrage bij de Kampioenen zich meestal tot dingen als "Zou
een verhaal dat Oma Boma heet, niet leuk zijn?" of "Misschien kan je iets doen met de
jonge Kampioenen die een voetbalploegje beginnen". Album 33, Kampioenen in Afrika
beschouw ik min of meer als een van mijn albums, omdat ik het verhaal heb
geschreven en voor een groot deel ook heb uitgetekend. Maar het is bij die ene keer
gebleven. Ik heb nog een scenario voor Agent Vertongen geschreven, maar dat is door
Hec helemaal herschreven. Eigenlijk is enkel de titel en het basisgegeven behouden.
En ook De Groene Zwaan had ik geschreven/uitgeschetst, maar daarvan zijn maar een
tiental platen in het uiteindelijke album beland.
Heb je voldoende tijd om te werken aan eigen projecten?
Er verschijnen dit jaar 14 of 15 albums waaraan ik (mee)werkte. En daar zijn maar vijf
albums van de Kampioenen bij. Bij zes andere albums ben ik de scenarist, en de vier
overige heb ik geschreven én getekend, waarvan ik er twee ook nog eens heb
ingekleurd. Niemand zou me dus geloven als ik beweer dat ik naast de Kampioenen
onvoldoende tijd heb om eigen strips uit te werken.
Je bent een van de eerste en weinige Vlaamse auteurs van de nieuwste generatie
die ook in het buitenland publiceren, maar niet alleen in het Frans, ook nog in het
Engels en het Duits. Weinig mensen staan daar precies bij stil. Hoe verlopen je
buitenlandse contacten en wat zijn de reacties op je albums?
Je vergeet ook nog het Spaans en Italiaans. Al die contacten verlopen tegenwoordig via
e-mail. Ik ben een paar keer zelf op zoek gegaan naar een uitgever, en een aantal
keren ben ik benaderd met de vraag of ik bruikbaar materiaal heb. Het grootste
probleem met buitenlandse uitgevers is dat ze enkel dingen willen publiceren die ze
kunnen lezen. Dat betekent dus dat je ze minstens een Engelstalige versie moet
kunnen voorleggen. Maar een vertaling laten maken kost geld. Ik heb ooit geïnvesteerd
in een Engelse vertaling van Max en Sven, en dankzij die vertaling is het album
ondertussen in vier talen te verkrijgen. Maar dat betekent daarom nog niet dat die
uitgevers zomaar automatisch ook de rest van mijn œuvre blindelings gaan laten
vertalen.
Ik ben net bezig met mijn vierde Engelstalige uitgave samen te stellen. Dat gaat altijd
om albums van minstens tachtig pagina's, dus daar kruipt wel wat werk in. Vooral als
het om oud werk gaat dat ik dan altijd wil herwerken. Ik heb net een twintigtal gags
hertekend en ingekleurd. De lettering is voor straks. Het wordt mijn tweede album voor
Bruno Gmünder, wat een Duitse uitgeverij is met een Nederlandstalige uitgever die
Engelstalige boeken publiceert die hoofdzakelijk in Amerika verkocht worden. Echt
internationaal gedoe dus. Ze waren tevreden met de verkoop van mijn eerste boek bij
hen, wat overigens enkel in het Engels verscheen. Vandaar dat ze nog eens iets willen
uitgeven. Leuk voor mij natuurlijk want zo heb ik straks meer Engelstalige boeken dan
sommige Amerikaanse auteurs die al langer dan ik bezig zijn.
En of mijn werk nu in het Nederlands of het Engels verschijnt, maakt voor mij niet uit. Er
komen meer enthousiaste reacties op mijn Engelstalige boeken, dus dat is alvast een
pluspunt. Het Belang van Ernst is eigenlijk ook maar een vertaling van de
oorspronkelijke Engelse versie. Het was, toen ik aan dat album werkte, niet eens mijn
bedoeling om het in het Nederlands te laten publiceren.
De grappig bedoelde omschrijving die je ook niet meer wenst te horen, is dat je
met je komische homo-erotische strips "een gat in de markt" hebt opgevuld. Hoe
lang achtervolgt jou dat al? Mag ik de laatste zijn die de uitdrukking gebruikt?
Jij bent de enige die er steeds weer op terugkomt, hoor. Je mag dus gerust de
voorlaatste én de laatste zijn die die uitdrukking in de mond neemt. Dat gat is overigens
te klein geworden om er nog veel bij te steken. Toch in het Nederlandstalig gebied. Dus
ben ik blij dat ik tegenwoordig het gat van de rest van de wereld mag opvullen met mijn
ding. Daar is immers nog ruimte zat.
Je hebt ook meegeschreven aan De Smurfen. Verklaar dat eens aan onze lezers.
Hoe ben je bij hen terechtgekomen?
Dat gebeurde via Philippe Delzenne, een tekenaar uit de buurt (van Brugge, Boudens
woonplaats, ds) die op dat moment zowel De Smurfen als Jommeke tekende. Wij
kennen De Smurfen vooral van de lange verhalen, maar voor de Amerikaanse kranten
werden er ook gagstrookjes gemaakt. Er was blijkbaar nood aan goeie gags, en dus
heb ik er een honderdtal verzonnen. Ik herinner me niet meer hoeveel daarvan effectief
gebruikt zijn, maar toen ik dat een aantal maanden deed, werd de productie van
gagstrookjes gestopt, waardoor ook mijn kortstondige carrière in Smurfenland beëindigd
werd.
Zijn er nog zo van die publicaties die weinig bekend gebleven zijn... En kom nu
niet af met de Sergio-strip, bedoeld voor de pers van het Eurovisiesongfestival.
Neem nu Kid City 2...
Kid City 2 is niet echt onbekend gebleven. Ik heb het verhaal getekend en ben mooi
betaald geweest door Dupuis, maar het album werd nooit uitgegeven omdat ze vonden
dat de verkoop van het eerste deel tegenviel. We zaten als ik me niet vergis tegen de
zevenduizend exemplaren, maar ze verwachtten iets meer dan twintigduizend
verkochte exemplaren. Wat nodig was om uit de kosten te komen. Zoals je weet was
Kid City een strip in opdracht, gebaseerd op een populaire website voor kinderen, dus
moesten er meer mensen dan gewoonlijk betaald worden. Blijkbaar konden de kosten
voor het drukken van dat tweede verhaal er niet meer van af. Ik heb het verhaal dan
maar met goedkeuring van de uitgever op mijn site gezet.
Daarnaast heb ik ook ooit nog wat scenariootjes voor Donald Duck geschreven. Maar
veel waren dat er niet. Er zijn vooral een aantal projecten geweest die er net niet zijn
gekomen. Het Crazy Old London-project met Karel Biddeloo bijvoorbeeld waar hij een
half jaar voor zijn dood nog enthousiast over was. En niemand weet dat ik bijna de
nieuwe scenarist van De Rode Ridder was. Helaas voor mij, maar misschien gelukkig
voor de fans, dook Martin Lodewijk plots op. En ooit heb ik samen met Claus een
aantal proefplaten voor bewerkingen van de recente James Bond-romans gemaakt. Ik
had contact opgenomen met de rechthebbenden in Londen en kreeg daarvoor
toestemming, de uitgever bij Dupuis zag dat ook wel zitten, maar de commerciële dienst
bij Dupuis wist blijkbaar niet aan wie ze dat moesten verkopen, dus is dat ook niets
geworden.
Maar alle auteurs hebben zo van die projecten die in de lade zijn blijven liggen. De ene
al wat meer dan de andere.
Als je je carrière tot nu toe overloopt, wat is dan de belangrijkste publicatie
geweest?
Ik heb ondertussen al zowat alles gedaan. Gags en vervolgverhalen variërend in lengte
van een strookje tot bijna honderd pagina's, bewerkingen, eigen scenario's,
kinderverhalen, parodieën en expliciete erotiek. Tekenen en schrijven en inkleuren. Dus
de keuze is vrij groot.
Voor mij blijft Max en Sven en alle andere strips met Max in de hoofdrol voorlopig de
belangrijkste strip. Omdat daar vrij veel van mezelf in zit. En ook wel een beetje omdat
de eerste versie van Max en Sven verscheen toen de rage van pseudoautobiografische
strips hier nog moest uitbarsten (en natuurlijk ook omdat het de eerste strip was die
Geert De Weyer besprak, dat spreekt voor zich).
Met En Daarmee Basta! op een goede tweede plaats. Alhoewel die plaats volgende jaar
wellicht ingenomen zal worden door Tom Jones.
Nog toekomstprojecten? Alleszins nog een Classix-album...
Ik zou graag eens een realistische avonturenreeks met veel fantasie schrijven. Sinds ik
anderhalf Rode Ridder-scenario en 25 bijhorende plotjes heb bijeengepend, weet ik dat
ik dat zou kunnen. Maar dat zit er voorlopig niet in, vrees ik.
Er komt inderdaad nog een Classix-album, getekend door Claus (Romeo en Julia, ds),
maar dat scenario heb ik anderhalf jaar geleden al afgewerkt. Bij Standaard weten ze
welke verhalen ik graag nog eens onder handen zou nemen, dus als ze beslissen om
de reeks verder te zetten, komt er misschien nog een derde Classix-album. Momenteel
ben ik bezig met de scenario's voor zowel En Daarmee Basta! als W817.
De komende maanden zou ik graag de laatste pagina's van Tom Jones afwerken want
daar ben ik ondertussen al sinds 2004 mee bezig. En daarna? Tja, ik wil al een paar
jaar nog eens een vrij persoonlijk verhaal maken, maar ik lijk er gewoon de tijd niet
meer voor te hebben. Ik had gehoopt er ergens in het najaar aan te kunnen beginnen,
maar net deze week ben ik gevraagd voor een project waarover ik momenteel nog niets
kan zeggen. Dus wie weet wat de toekomst zal brengen...
6 juli 2007
Deze column verscheen in de Standaard der Letteren ( de literaire bijlage van De
Standaard ). Het gaat om het eerste deel in een reeks waarin strandliteratuur besproken
wordt, en vreemd genoeg begint Sam De Graeve, de auteur van dienst, met een
soortement lofzang op Flikkerzicht 1.
Voor sympathisanten
Wat lees je tijdens de zomer op het strand? Strandliteratuur? Bestaat dat? Een
antwoord in negen afleveringen.
In de speurtocht naar wat strandliteratuur kan zijn, kom je algauw terecht bij boeken met
een strand op de cover. Flikkerzicht van Tom Bouden is er zo één. Je ziet een strand.
Het zou dat van Bredene kunnen zijn, want de jongelui die er paraderen, hebben hun
slipje thuisgelaten. Toch is het een lieflijk en geenszins vulgair tafereel. De zon schijnt,
er wordt vriendelijk gelachen, er hangt verliefdheid in de lucht.
De stripliefhebber in mij kon dit werk niet laten liggen toen ik het enkele jaren geleden in
de boekhandel aantrof. De titel dekt aardig de lading en de lading wordt in dit werk ook
aardig gedekt. Aardige en mooie jongens doen het met elkaar, en dat leidt tot komische
situaties. Zelf ben ik niet wat je noemt homoseksueel. De holebivereniging 'Verkeerd
geparkeerd' organiseert wel eens fuiven waarop staat 'voor holebi's en sympathisanten'.
Die 'sympathisanten', daar heb ik me altijd door aangesproken gevoeld. Het is zo'n
aardige vondst, dat woord. Ik zou eigenlijk ook naar een Jihad-fuif gaan, als op de
uitnodiging stond 'voor terroristen en sympathisanten'. Je wilt toch altijd weten hoe je
medemens tegen het leven aankijkt en hoe hij de tijd doorkomt in dit aardse tranendal.
Hoe dan ook, ik ben altijd geïnteresseerd in nieuwe tendensen in de stripwereld en
kocht Flikkerzicht bij verschijnen, intussen zo'n tien jaar geleden. Een bevreemdend
werkje is het, dat ingaat tegen de clichés als zouden homo's perfectionistisch zijn en
altijd mee met de nieuwste trends. De tekenstijl is zeer klassiek, en ook wat onaf. Het
duurde niet lang of Tom Bouden werd aangezocht om mee te werken aan eveneens
weinig vernieuwende, maar sympathieke reeksen als En daarmee Basta en FC De
Kampioenen. De stijl van Tom Bouden is erg herkenbaar en aantrekkelijk voor jonge
kinderen, wat aan onze gezinstafel voor ophef zorgde toen mijn achtjarige dochter
geconcentreerd Flikkerzicht aan het bestuderen was. Onaf ingekleurd ligt het album nu
veilig opgeborgen in vaders bureau.
Lieve, komisch getekende figuurtjes in combinatie met fors uit de kluiten gewassen
piemels; Tom Bouden heeft de verdienste om die combinatie te hebben geïntroduceerd
in de Vlaamse strip. Het wordt nooit goor, het is een soort Rooie oortjes voor hen die de
herenliefde genegen zijn. Bouden slaagt er ook in om zijn eigen werk netjes te scheiden
van de opdrachten voor bijvoorbeeld FC De Kampioenen, en dus is de aanblik van de
ongetwijfeld ook fors uit de kluiten gewassen worst van Balthasar Boma ons voorlopig
bespaard gebleven.
Maar hoe verstandig is het om zo'n strip mee te nemen in de vakantiekoffer? Het zorgt
er alleszins voor dat je je op het strand out als sympathisant. Je moet er rekening mee
houden dat je aanzien wordt als 'strandjanet', een woord dat ik eigenlijk een minder
aardige vondst vind en waarvan de exacte betekenis me ook nogal onduidelijk is. U
hoeft me geen illustratiemateriaal te sturen, dank u.
15 mei 2008
interview van het on-line stripinformatiemagazine stripelmagazine.be
Tom Bouden over En Daarmee Basta! en Paniek in stripland: "Ik heb geen enkel
idee wat de gemiddelde Basta-lezer van die verhalen denkt. En dat is wel
jammer."
Het zevende 'En Daarmee Basta!'-album ligt al enkele weken in allerhande
stripwinkels zeer leesbaar te zijn voor u en alle andere fans. Een snuifje Rode
Ridder, een portie liefje met het syndroom van Gilles de la Tourette, best wat
absurde grappen, enkele druppels bloed van Merlijn, opgevuld met ridderlijke
duels en wat kruiden met wat actie en reactie en u krijgt de perfecte 'En Daarmee
Basta!'-strip. Verhalenkok van dienst is Tom Bouden die tekenaars Swerts en
Vanas met harde scenariohand durft te leiden. De heren tekenaars hebben niets
liever maar nog kookt het van ideeën in het hoofd van Tom. Eén van die gekookte
ideeën is de stripparodie 'Paniek in stripland' die - als wij goed ingelicht zijn - eind
mei zal verschijnen. Kortom genoeg ingrediënten om een lekker interviewsoepke
van te maken!
Het 7de 'En Daarmee Basta!'-album ligt in de winkel: is er eigenlijk een verschil
van 'emotie' tussen een album dat je als tekenaar hebt gemaakt en een album dat
je gemaakt hebt als scenarioschrijver?
Tom Bouden: "Mja, er is een verschil. Met een strip die je zelf ook tekent, ben je
sowieso langer bezig. En hoe langer je met iets bezig bent, hoe belangrijker het voor je
wordt. Maar het grootste verschil zit voor mij tussen de albums die ik als tekenaar of
scenarist voor Standaard (of eventueel andere gelijkaardige uitgevers ) maak en de
andere, minder commercieel bedoelde albums. Niet alleen kan ik met die laatste
categorie helemaal mijn zin doen, zonder inmenging van anderen, maar komen er ook
veel vaker reacties van lezers en recensenten op die albums. Zo heb ik vorige week
nog een leuke mail gekregen van een Amerikaanse collega-auteur. We hebben
ondertussen al uitgebreid mailverkeer achter de rug en misschien zal daar meer uit
groeien. Albums als Basta of W817 verkopen weliswaar beter, maar de reacties op die
strips zijn zowat onbestaand. Ik heb geen enkel idee wat de gemiddelde Basta-lezer
van die verhalen denkt. En dat is wel jammer."
Kreeg je van tevoren al enkele krijtlijnen waarbinnen je moest blijven (omdat het
gebaseerd is op de jeugdsitcom op Ketnet)? Of moest je je gewoon baseren op
de tv-reeks?
"Het spreekt voor zich dat de personages toch minstens dezelfde namen en
karaktertrekken als in de tv-reeks moeten hebben. En wat de rest betreft: voor we met
de strip begonnen hebben we daarover gepraat met de acteurs en producer, en hen
gevraagd hoe zij de strip zien. Ze gaven opmerkingen als ‘het mag niet te kinderachtig
zijn’, ‘ het moet rock en roll zijn’, ‘in de trant van Kiekeboe’, ‘alle thema’s moeten
kunnen’… Dat soort dingen. Ik probeer me daaraan te houden, maar ik probeer vooral
getrouw aan de sfeer van de tv-reeks te zijn. De tv-reeks heeft een vorm van humor die
helemaal anders is dan bijvoorbeeld FC De Kampioenen. En die vorm van humor moet
je in de strip ook terugvinden.
Natuurlijk zijn de makers van de tv-reeks niet de enige die een mening hebben over hoe
en wat de strip moet zijn. Tekenaars Wim en Luc hebben net als ik een beeld van de
ideale Basta-strip voor ogen, en de mensen bij Standaard willen zich natuurlijk ook
moeien. Het moeilijkste is om alle verschillende opvattingen (want verschillend zijn ze
echt wel) met elkaar te verzoenen. Af en toe worden er dingen geschrapt of
gecensureerd. Soms komt dat de strip ten goede, maar al even soms vind ik dat de
gevraagde aanpassingen het verhaal absoluut niet verbeteren. Maar dat is nu eenmaal
het nadeel van groepswerk."
Hoe begin je eigenlijk aan zo'n scenario voor 'En Daarmee Basta!'? Mij lijkt het al
moeilijk om al die verschillende personages een rol te geven...
"Het aantal personages valt nog mee, met zoveel zijn ze niet. Op het eerste gezicht zijn
er 7 hoofdfiguren, maar eigenlijk zijn er maar 4 personages. Je hebt het personage
‘ouders’, bestaande uit Patsy en Bert, het personage ‘de bende’, zijnde Joost, Stijn en
Laura, en je hebt het personage ‘ Ruben’ en het personage ‘Isa’. Al die personages een
verschillende rol geven is dus relatief eenvoudig. Ook al is het minder gemakkelijk dan
bij W817, waar ik ook een paar scenario’s voor heb geschreven. Daar kan je gewoon 30
pagina’s lang alle personages samen laten rondlopen. Bij Basta is dat toch wat minder
voor de hand liggend. De leefwerelden van de verschillende personages zijn te
verschillend van elkaar. De ouders doen hun ding, de bende doet iets anders, en Ruben
doet nog iets helemaal anders. En ik kan ze moeilijk bij ieder verhaal gezamenlijk op
reis laten gaan. Vooral niet omdat Wim en Luc dan minder gelukkig zijn omdat ze in
ieder prentje 7 figuren moet tekenen.
Hoe begin ik aan een scenario? Er zijn massa’s scenaristen actief die gewoon op
pagina 1 beginnen zonder te weten wat op pagina 2 zal komen, laat staan dat ze weten
hoe het verhaal zal eindigen. Met een beetje geluk en heel wat ervaring levert dat een
aanvaardbaar verhaal op, soms merk je als lezer echter dat het verhaal beter kon zijn.
Ik heb sinds mijn tienertijd eigenlijk nooit meer zo gewerkt. Ik heb voor Basta een lijstje
liggen met een 20-tal vage en minder vage ideeën. Eens ik heb beslist welk idee ik wil
gebruiken voor een nieuw album werk ik dat uit tot een korte, uitgeschreven plot. In één
à twee maanden tijd vul ik die plot geheel onchronologisch aan met scènes en hier en
daar stuken dialoog, tot ik een tiental uitgeschreven pagina’s heb. Op dat moment begin
ik die tekst op te delen in pagina’s. In het geval van Basta betekent dus dat ik de scènes
zodanig moet verdelen dat ze mooi binnen 30 pagina’s passen. Voor sommige verhalen
is 30 pagina’s eigenlijk te weinig. Als het verhaal goed en wel op dreef komt, moet je al
beginnen afbouwen. Grote, epische verhalen ga je bij Basta dus helaas nooit moeten
verwachten. Eens ik weet wat op welke pagina moet komen, vul ik die scènes aan met
dialogen of actie tot de pagina volledig gevuld is."
We zijn nu al de hele tijd bezig over het scenario maar blijkbaar doe je meer dan
dat voor de albums van 'En Daarmee Basta!'. Je bent ook de lay-outer van de
strip; kan je ons eens uitleggen wat die job inhoudt?
"Voor mijn eigen strips beperk ik me tot een vaag uitgetypt scenario, maar voor Basta
maak ik een volledig uitgeschetst scenario. Wim en Luc werken bij voorkeur met
scenaristen die hun scenario’s volledig uitgetekend aanleveren. Dat betekent dat zij tijd
uitsparen door niet meer te moeten nadenken over lay-out, compositie en houdingen
personages, waardoor ze natuurlijk meer albums per jaar kunnen tekenen. Voor ik
begin te schetsen, weet ik dus al wat op iedere pagina zal komen, en is ongeveer de
helft van de dialogen al uitgeschreven. Nu komt het er op neer dat allemaal om te
zetten in stripprentjes. Als schetsend vul ik het geheel nog aan met ingevingen van het
moment. Dat geldt vooral bij de actiescènes. Scènes kunnen dus nog veranderen, maar
nooit zodanig dat ik het hele verhaal moet aanpassen. De meeste visuele grappen
ontstaan ook al schetsend.
Eens ik 30 pagina’s heb geschetst, en de nodige documentatie als voorbeelden voor de
tekenaars heb verzameld , typ ik de teksten volledig uit. Op dat moment herschrijf ik
vaak nog stukken dialoog, zodat die zo goed mogelijk zijn.
En dan stuur ik alles op naar Wim en Luc die dan hun best doen om het visueel nog
interessanter te maken."
Mogen we zeggen dat er wel heel veel Tom Bouden-humor zit in die albums? In
dit zevende album heb ik een luide lach niet kunnen onderdrukken wanneer de
'baas van de slechteriken' in het donker gezeten op het einde van een gesprek
vraagt aan één van zijn bendeleden om de volgende keer een gloeilamp mee te
nemen omdat ie al een hele dag in het donker zit? Of zoals die vraag wie 'die
wachtwoorden toch allemaal verzint' (ok veel te lange vraag)
"Van mij mag je dat zeggen, ja. Ik ben vooral blij dat je spreekt van “Tom Bouden-
humor”, ook al weet ik niet precies wat je daarmee bedoelt. De aangehaalde
voorbeelden lijken me echter wel niet echt typisch mij te zijn (dat van die lamp heb ik er
op het laatste moment aan toegevoegd, en de oorspronkelijke wachtwoorden zijn op
vraag van Wim en Luc vervangen door iets gewoner zodat niemand zich eraan zou
kunnen ergeren). Waarom ben ik dan wel blij? Omdat je vraag inhoudt dat ik als
scenarist een eigen, herkenbare stijl schijn te hebben, wat niet zo voor de hand liggend
is. De meeste scenaristen lijken onderling inwisselbare dingen te schrijven. Ik vind het
eigenlijk wel belangrijk om als scenarist een eigen stem hebben. Vooral omdat ik als
tekenaar niet al te origineel ben, en ik dat wel móet compenseren met een interessante
inhoud."
De goede verstaander heeft begrepen dat er een snufje Rode ridder in dit album
zit; het ridderverhaal dat we tegenkomen is blijkbaar een restant van een ander
scenario?
"Ja, toen Standaard op zoek ging naar een opvolger voor Karel Biddeloo heb ik een
proefscenario geschreven. Dat viel blijkbaar voldoende in de smaak om me daarna te
vragen of ik zin had om een Rode Ridder- spin-off te schrijven. Ik heb daarvoor een
bijna volledig scenario uitgewerkt, maar zoals je ook wel weet is die reeks er nooit
gekomen. Een drietal pagina’s zijn uiteindelijk in aangepaste vorm in Basta 7 beland.
Toen ik bezig was met die Rode Ridder-projecten heb ik ook de oude Merlijn-teksten
gelezen. Vooral de legende over zijn afkomst intrigeerde me. Volgens de overleving is
Merlijn de zoon van een duivel en een zéér godsvruchtige vrouw. Toen ik dat las, wist ik
dat ik dat verhaal ooit in een strip wou gebruiken. De oorspronkelijke twee eerste
pagina’s van ‘Het bloed van Merlijn’ begonnen in de hel, en vertelden die legende, maar
op vraag van de uitgever heb ik dat vervangen door iets onschuldigers."
Zijn er eigenlijk scenaristen of scenario’s waar je naar opkijkt? En waarom?
"Ik laat me eigenlijk niet echt inspireren door andere stripscenaristen. De enige
waardoor ik de laatste 18 jaar beïnvloed ben, zijn wellicht Wim T. Schippers, Ralf König
en Lewis Trondheim. Verder hou ik heel erg van wat Alan Moore maakt, zijn werk
inspireerde me tot het maken van Basta 4, ‘Mysterie in Immateria’.
De scenaristen waar ik werkelijk naar opkijk, werken voor de televisie. Mensen zoals
Ben Elton, Fry en Laurie, David Renwick, Larry David, Steven Moffat, David E. Kelly…
zijn mijn grootste inspiratiebronnen. Dat zijn allemaal mannen die een goeie plot
combineren met slimme dialogen en de nodige humor."
Even over naar je huidige stripproject: de stripparodie 'Paniek in stripland'. Eerst
en vooral, wat heb jij met parodieën?
"Ik vind dat gewoon leuk en gemakkelijk om te doen. Om de een of andere reden vallen
de typische, herkenbare clichés van een genre mij vlug op, en eens je die kent, is het
gemakkelijk om daar mee te spelen. Ik heb natuurlijk ‘De ware wereld, de puberteit van
Suster en Wiebke’ en ‘Herman, de lichtrode ridder’ gemaakt, maar ook in Basta zitten
enkele parodieën. ‘De Mistmaniak’ was een parodie op Amerikaanse horrorfilms, en
‘Mysterie in Immaterie’ was een parodie op het fantasy-genre. Overigens, ‘Paniek in
Stripland’ is al een tijdje mijn huidig stripproject niet meer. Ik heb dat eind vorig jaar,
tussen twee albums van de kampioenen door, getekend."
Dat is straf. En aan wat mogen we ons verwachten met Paniek in stripland?
"Paniek in Stripland is mijn parodie op ‘de Vlaamse strip’ in het algemeen. Verwacht
een verhaal zoals er al honderden andere zijn, maar toch weer niet. Verwacht vooral
veel herkenbare personages. Op één prentje heb ik er bijvoorbeeld 100 verwerkt.
Iedere pagina, van de voorcover tot de achtercover bevat tientallen verwijzingen. Ik
hoop vooral dat de lezers gaan zien dat ik me enorm heb geamuseerd met dit album.
En o ja, de opmerkzame lezer zal ook wat gasttekenaars ontdekken."
Mmm, een echt zoekplaatje dus! Het scenario was eerst bedoeld voor een En
Daarmee Basta!-album, niet? Waarom is het niet doorgegaan?
"Dat is eigenlijk een veel te ingewikkeld verhaal om hier uit te leggen, maar laat ik het
toch maar proberen. Paniek in Stripland is gegroeid uit een aantal pagina’s uit een
afgekeurd Basta-scenario. Dat scenario was opgebouwd rond een klassiek gegeven:
helden vinden iets waardevols, slechteriken proberen het te bemachtigen. Maar omdat
ik niet het zoveelste schattenverhaal wou maken, dacht ik dat het wel leuk zou zijn
indien dat waardevol iets enkele originele pagina’s van een bekende stripreeks genre
Kuifje of Robbedoes en Kwabbernoot zou zijn. De slechteriken van dienst zouden dan
twee stripverzamelaars geweest zijn. Die originele pagina’s zouden een verhaal in het
verhaal gevormd hebben, en in de scènes met Joost en compagnie zouden bepaalde
taferelen terugkomen. Een beetje zoals in de reeks ‘Ludo’. Maar de uitgever vond dit
gegeven niet geschikt voor Basta.
Dat verhaal in het verhaal draaide rond de figuren ‘Kroepie en Boelie Boemboem’.
Omdat ik die pagina’s zo leuk vond, heb ik me een tijdje lang afgevraagd op welke
manier ik die elders kon gebruiken. Eerst wou ik aan bevriende auteurs vragen om elke
een kortverhaaltje van maximum 5 pagina’s te maken, om die dan te bundelen in een
album. Daarna kwam de idee om zelf een volledig scenario rond Kroepie en Boelie uit
te werken, en om dat te laten tekenen door een rits tekenaars, waarbij ze elk een paar
pagina’s voor hun rekening zouden nemen. Terwijl ik zat te broeden op een geschikt
verhaal, moest ik terug denken aan een oud idee. Ooit wou ik een stripparodie maken
waarin alle stripslechteriken tegenover alle striphelden komen te staan. En plots ging
een lampje boven mijn hoofd branden. Wat als ik dat met Kroepie en Boelie zou
combineren? En gewoon alles zelf zou tekenen?
Twee maanden later stond de volledige strip op papier."
En staan er nog projecten op stapel de komende maanden?
"Wel, uitgeverij Atlas mag nu eindelijk wel eens werk maken van de publicatie van ‘Tom
Jones’, mijn bewerking van de gelijknamige schandaalroman uit 1749. Van dat album,
waaraan ik de laatste 4 jaar sporadisch heb gewerkt, heb ik vorige zomer de 92e en
laatste pagina getekend. Ik wou eens een episch Flikkerzicht-achtig verhaal maken,
maar dan voor een groter publiek. Vandaar dat het rond een man-vrouw koppel draait.
En ondertussen zit ik 20 pagina’s ver in ‘Positief’, wat de werktitel is voor een verhaal
over hoe een koppel omgaat met de kennis dat de vrouwelijke helft seropositief is. Ik
ben zeer tevreden met het resultaat en hoop dat het verhaal nog dit jaar in albumvorm
zal verschijnen.
En verder zijn er nog wat vage plannen. Ik ben samen met Kim aan het proberen een
kinderstrip te maken, maar tijdsgebrek lijkt het grootste struikelblok te zijn. En ik ben
gevraagd om eventueel een nieuwe reeks te tekenen op scenario van een ander. Maar
daarvoor zijn nog geen concrete afspraken gemaakt. Voor hetzelfde geld wordt dat
niets. We zien wel…"
Interview op www.stripelmagazine.be
juni 2009
Geruchten die gonzen in de wandelgangen van het strippaleis. Leuke geruchten
dan nog. Onze collega's van De Stripspeciaal-zaak
bonden de miauwende kat de bel aan en lanceren - heel voorzichtig - de prettige
gedachte dat de reeks Piet Pienter en Bert Bibber - Vlaamse stripklassieker bij
uitstek - wel eens zou kunnen worden verdergezet. Tom Bouden zou de reeks
herlanceren. Perfecte keuze volgens ons ook maar vooraleer echte conclusies te
trekken toch even checken bij Tom Bouden zelf of dit allemaal de waarheid is. En
wat bleek? Tom had nog veel meer te vertellen. Over de stopzetting van de 'En
Daarmee Basta!'-stripreeks bijvoorbeeld. En over de terugkeer van 'Kroepie en
Boelie'! En over - jazeker - 'Piet Pienter en Bert Bibber'...
Door Kurt Morissens
Laten we eerst starten met het slechte nieuws. ‘En Daarmee Basta!’ zou er mee
ophouden. Wat is de reden van de stopzetting en hoe reageer jij als de scenarist daar
dan op?
Tom Bouden:
De reden is puur economisch. De reeks maakt geen winst, en dus is het maar al te
normaal dat die stopgezet wordt. Als auteur vind ik dat natuurlijk jammer. Ik had graag
nog een paar jaar verder gedaan. Er lagen alvast nog een paar leuke verhaallijnen
klaar. Maar ik ben zelf ook vertrouwd met de kosten van het uitgeven, dus ik begrijp
maar al te goed de beslissing van Standaard Uitgeverij. Laat ik het dus positief zien en
blij zijn dat ik twaalf albums mocht maken.
We zitten nu aan tien dus dat betekent...
... nog twee. We gaan verder tot album 12. Het scenario daarvan is al klaar, en ik heb
geprobeerd er een einde aan te breien dat zowel geschikt is als einde van dat verhaal
als van de gehele reeks.
In het 10de album – dat nu al een goede maand in de winkel ligt – springen we in
de wereld van de muziek en meer bepaald in de wereld van de
muziekverzamelaar. De freaks zullen we maar zeggen. Hoe hard heb je je
daarvoor gebaseerd op de stripverzamelaarswereld?
Het lijkt wel alsof je weet dat het scenario oorspronkelijk over stripverzamelaars ging.
‘De Hitpikkers’ is een bewerking van een verhaal dat eerst ‘Kroepie en Boelie Boem
Boem’ heette, een verhaal over stripverzamelaars die oude, waardevolle stripplaten
wilden bemachtigen en dat al aangekondigd stond op de achterzijde van album 2. Maar
dat scenario werd afgekeurd. Een kwart van dat scenario lag uiteindelijk aan de basis
van ‘Paniek in Stripland’ en de rest vormde de basis voor ‘De Hitpikkers’. Ik heb van de
stripverzamelaars gewoon muziekverzamelaars gemaakt.
Het veel betere nieuws dat we kunnen melden is de heropstanding van Kroepie
en Boelie Boem Boem. Waarom heb je besloten een tweede album te maken van
deze reservestriphelden? Was het succes van ‘Paniek in stripland’ zo groot?
Niet echt, nee. De verkoop viel eerder tegen. Volgens de commerciële normen zou er
nooit een vervolg op Paniek mogen komen, maar soms maak je dingen gewoon omdat
het leuk is, en je de mogelijkheid hebt om dat te doen. En in dit geval hielp het dat ik
een goed idee had voor een nieuw album.
Anders nu is dat de talrijke bekende stripfiguren die traditioneel een rol spelen bij
Kroepie en Boelie zullen worden getekend door andere tekenaars (die hun figuren
dus tekenen). Waarom die keuze en welke tekenaars heb je daarvoor kunnen
engageren?
Luiheid en de hoop op een grotere verkoop? Eigenlijk is het de schuld van Steven
Dupré, die na het verschijnen van Paniek liet weten dat hij graag een bijdrage wou
leveren indien er ooit een vervolg kwam. En dus dacht ik dat ik misschien nog andere
tekenaars kon overtuigen. Maar de namen ga ik nog een tijdje voor mezelf houden.
Kwestie dat jullie er over een paar maanden nog eens een artikeltje aan kunnen wijden.
Haha. We zullen er aan denken! Wanneer kunnen we het album in de winkels
verwachten?
Geen idee.
Nog ander nieuws dat we opgevangen hebben, is dat je nieuw leven zou blazen in
een stripduo dat stripminnend Vlaanderen heel goed kent. Bij onze collega’s van
de Stripspeciaal-Zaak gokken ze op Piet Pienter en Bert Bibber. Geen onnozele
gok want iedereen weet wel dat jij daar iets mee hebt. Maar klopt het ook? En hoe
ver staan de onderhandelingen hier dan over? En wat kan of wil je ons daar nog
meer over vertellen, Tom? Vertel ons het goede nieuws!
Dat duo zou natuurlijk ook Dees Dubbel en Cesar kunnen zijn. Of Rikske en Fikske. Of
Andy en Bessy. Keuze genoeg. Maar Piet en Bert lijken me een goede gok. Ach, wel,
het gaat eigenlijk allemaal om hetzelfde album. Laat ik het zo zeggen: Kroepie en
Boelie gaan niet de echte hoofdrolspelers zijn in het vervolg van ‘Paniek in Stripland’,
dat overigens de titel ‘Avontuur in de 21e eeuw’ zal meekrijgen. En Pom is een fan van
‘Paniek in Stripland’. Dat zegt genoeg zeker? Maar ik wil over de inhoud van het verhaal
nog niet te veel kwijt, zodat het zoveel mogelijk een verrassing blijft. Ik kan enkel kwijt
dat het een vreemdsoortig hybride album zal worden. Eén ding is zeker: ik zet de reeks
Piet Pienter en Bert Bibber niet verder. Er komt dus geen regulier nieuw Piet en Bert
album.
Héél spijtig. Wat vind jij eigenlijk zo goed aan Piet Pienter en Bert Bibber?
Dat is nu eenmaal een van die reeksen die ik in mijn kinder- en jeugdjaren met plezier
las, en die ik, nu ik bijna de middelbare leeftijd nader nog steeds met plezier lees. Iets
wat ik niet van alle stripreeksen kan zeggen. Ze moeten Pom dringend een gouden
Adhemar geven, ook al zal hij hem wellicht niet komen ophalen. Hij verdient het in ieder
geval.
Pom voor goud! En verder? Nog projecten die er aankomen, Tom? Of is het even
wel genoeg?
Goh, nu ik toch bezig ben de Vlaamse stripgeschiedenis te misbruiken voor mijn eigen
eer en glorie zijn er nog wel enkele oude stripfiguren te vinden waar ik iets mee kan
doen, dus wie weet… Maar ik heb nog steeds enkele langere verhalen liggen die nog
gepubliceerd moeten worden. Binnenkort start Pulp De Luxe met de publicatie van ‘Tom
Jones’ in een stuk of 200 afleveringen, als de eerste bedenovelle en ik ben aan het
praten met een uitgever over de publicatie van ‘Positief’. Hopelijk verschijnt dat verhaal
dit jaar nog in albumvorm.
Wij hopen mee!